INKOMSTENBELASTING
Tarieven en heffingskortingen in Inkomstenbelasting
Het tarief in de huidige tweede en derde schijf daalt in 2019 van 40,85 % naar 38,10 % en in de vierde
schijf van 51,95 % naar 51,75 %. Het tarief in de eerste schijf stijgt daarentegen van 36,55 % naar 36,65 %.

Door een verhoging van de Algemene Heffingskorting (AHK) stijgt in 2019
het besteedbaar inkomen van mensen met een inkomen tot € 68.507 per jaar.
De stijging van de AHK is maximaal € 212 tot € 2477 .
Geleidelijk profiteren de mensen met de hogere inkomens steeds minder.

Door een verhoging van de Arbeidskorting (AK) houdt men meer netto loon over.
De maximale AK stijgt in 2019 met € 150 tot € 3399.
Daarnaast bouwt de AK in 2019 sneller af.
Hiervan profiteren werkenden met een inkomen tussen ongeveer € 10.000 en € 41.000.

Eigen Woning
In 2019 wordt het tarief waartegen de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in de vierde belastingschijf kunnen worden afgetrokken met 0,5 procentpunt verlaagd ten opzichte van 2018. In 2019 bedraagt het tarief voor de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning daarom 49% voor zover de aftrek plaats zou vinden tegen het tarief van de vierde schijf.
Met ingang van 1 januari 2019 wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (zogenoemde “Hillen-regeling”) beperkt. Deze afbouw van de aftrek wordt over 30 jaar uitgesmeerd. De aftrek wordt jaarlijks met 3 1/3 procentpunt verlaagd.
In 2019 kan 96 2/3% van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning en de op
deze voordelen drukkende aftrekbare kosten in aftrek worden gebracht.
Voor woningen met een waarde tussen de € 75.000 en € 1.080.000 daalt het eigenwoningforfaitpercentage van 0,70 % naar 0,65%.

Fiscale Monumentale Panden
Met ingang van 1 januari 2019 vervalt de fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden. Deze aftrek wordt vervangen door een subsidieregeling.

Vrijstelling voor pleegvergoedingen
Met ingang van 1 januari 2019 wordt de vrijstelling voor pleegvergoedingen structureel. Dit betreft een vrijstelling voor de vergoedingen die pleegouders ontvangen voor de verzorging en opvoeding van pleegkinderen. De horizonbepaling die voor deze vrijstelling gold komt per 1 januari 2019 te vervallen.
30%-regeling
Met ingang van 1 januari 2019 wordt de looptijd van de 30%-regeling voor werknemers die vanuit het buitenland tijdelijk in Nederland werken verkort van maximaal acht naar maximaal vijf jaar. Ook de periode die gekozen kan worden voor behandeling als partieel buitenlands belastingplichtige voor de inkomstenbelasting bedraagt daardoor met ingang van 1 januari 2019 maximaal vijf jaar. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om de werkelijke extraterritoriale kosten onbelast te vergoeden. Voor bestaande gevallen gelden deze wijzigingen pas met ingang van 1 januari 2021.

VENNOOTSCHAPSBELASTING

Tarieven
Vanaf 2019 gaat het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs omlaag. In 2019 wordt het tarief van de eerste tariefschijf (voor het deel van de winst tot en met € 200.000) verlaagd van 20% naar 19%. Het tarief van de tweede tariefschijf (voor het deel van de winst boven € 200.000) blijft 25% in 2019.

Versoberen voorwaartse verliesverrekening
Het aantal jaren dat verliezen in de vennootschapsbelasting voorwaarts kunnen worden verrekend, wordt vanaf 2019 beperkt van 9 tot 6 jaar. Verliezen uit 2018 kunnen nog 9 jaar worden verrekend
tot en met uiterlijk 2027. Verliezen uit 2019 kunnen nog maar tot en met uiterlijk 2025 worden verrekend.

Beperking afschrijven gebouwen
De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting wordt beperkt. Vanaf 2019 mag nog maar worden afgeschreven tot 100% van de WOZ-waarde (voorheen 50% van de WOZ-waarde). Is een gebouw vóór 1 januari 2019 in gebruik genomen en is op dat gebouw
vóór die datum nog niet over drie volledige boekjaren afgeschreven?
Dan mag nog gedurende het restant van die periode volgens de oude regels worden afgeschreven.
De beperking van de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik tot 100% van de WOZ-waarde geldt niet voor belastingplichtigen in de inkomstenbelasting.

OMZETBELASTING/BTW

Verhoging laag BTW tarief
Het verlaagde BTW-tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%. Dit raakt bijvoorbeeld voedings- en geneesmiddelen, lectuur/boeken en een aantal arbeidsintensieve diensten (zoals kappers, fietsenmakers).

Nieuw BTW-nummer voor eenmanszaken
In de loop van 2019 en nog vóór 1 januari 2020 krijgen zo’n 1,3 miljoen eenmanszaken,
waaronder zeer vele zzp-ers,een nieuw BTW-nummer.
Dit nieuwe nummer is niet langer gekoppeld aan het burgerservicenummer (BSN).
De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geoordeeld dat het opnemen
van het BSN in het BTW-nummer “privacygevoelig, onwenselijk en onrechtmatig” is.

DIVERSEN

Milieuheffingen
De belasting op aardgas gaat omhoog en belasting op elektriciteit omlaag. Verhuurders die huurwoningen energiezuinig verbouwen komen in aanmerking voor een heffingsvermindering.

Tijdig indienen aangiften inkomsten- en erfbelasting; Belastingrente
Bij belastingplichtigen die tijdig, dat wil zeggen vóór 1 mei na afloop van het belastingjaar, een correcte aangifte inkomstenbelasting indienen, wordt vanaf 2019 geen belastingrente in rekening gebracht. Deze reeds langer bestaande praktijk is vanaf dat moment ook in de wet opgenomen. Ook voor belastingplichtigen in de sfeer van de erfbelasting gaat gelden dat voor belastingaanslagen terzake van overlijdens vanaf 2019 geen belastingrente in rekening wordt gebracht als zij tijdig, dat wil zeggen binnen 8 maanden na het overlijden, een correcte aangifte erfbelasting indienen.